De tolbadge en de Föhn van Las Vegas

24 maart 2026 - Metz, Frankrijk

Maandag 23 maart

In de garage staan de ski’s en skischoenen al klaar naast de verplichte sneeuwkettingen. Niet dat we die nodig gaan hebben, maar ‘beter mee verlegen dan om verlegen’ hoor ik oma Schouten in gedachten zeggen.

Op tafel ligt het uitgeprinte documentje ‘paklijst wintersport’ waar al heel wat van doorgestreept is en in de voorkamer verzamelen zich tassen en kratten.

3,5 dag geleden hebben we een last-minute wintersport geboekt en vanavond gaan we alvast een stukje rijden.

Afgelopen maand heb ik met Kirsten 5 skilessen gevolgd op de indoorbaan en dat ging hartstikke goed. Dus ik denk dat ik durf. M’n arm is zo goed als nieuw en dit lijkt me een wijs moment om over mezelf heen te stappen want hoe langer ik wacht hoe minder ik durf ben ik bang. Wintersport is voor Corné dé vakantie waar zijn hoofd helemaal leeg waait dus vind ik het belangrijk om te kijken of ik het nog kan/durf na het ongeluk van vorig jaar.

Gister wilden we de tolbadge uit de camper overzetten in de auto. Maar hij zat niet in de camper. Dus diep nadenken. Er ging een licht op en we belden Leonard: kan het zijn dat-ie in de rode bus zit? Jawel hoor, in onze oneindige vriendelijkheid hebben we ‘m vorig jaar zomer uitgeleend want hoe chill is het als je geen kaartje hoeft te trekken en door kunt rijden door de poortjes 30 km/h. Maar…..de rode bus staat bij de garage voor de APK en we hebben gevraagd of er ook een nieuwe voorruit in gezet kan worden. Corné is ernaartoe gereden maar de bus bleek binnen in de garage te staan.

Ik heb vandaag 5 cliënten en geen tijd om naar de garage te gaan maar Kirsten wil de tolbadge wel even halen. Ik ben Rob de Wit even en die zegt vrolijk dat de bus inderdaad binnen staat en Kirsten wel ziet verschijnen.

’s Middags keert Kirsten onverrichterzake terug: de voorruit is al vervangen. Dat gebeurt door een extern bedrijf en de oude ruit is ook al weg. Bummer.

Corné zit vandaag in Almere en over een reis die je in een dik uur zou kunnen doen heeft hij vanmorgen 2,5 uur gedaan. Iets met ongelukken op de A12. Hij hoopt rond 18:30 thuis te zijn maar we wachten af.

Als ik klaar ben met werken verzamel ik de laatste spullen en maak eten klaar. Tot mijn grote vreugde (want ik word altijd blij als ik Corné zie) stapt hij al tegen 18 uur binnen. Bij de laatste vergaderingen hadden een aantal mensen hun werk heel goed gedaan wat een hoop tijd scheelde. Ook wel eens fijn.

Terwijl Corné bijpraat met Kirsten en 3 lamskoteletjes verorberd pak ik de auto in en tegen half 7 rijden we weg. Ik smikkel onderweg van een bak rijst opgeleukt met restjes: kip, rucola, radijs, avocado, zaadjes/pitjes en een dressing van citroensap, olijfolie en wat honing. Echt superlekker!

lekker diner

Google.maps twijfelt de hele dag al of we via Luxemburg de route soleil af gaan rijden of recht door België via Reims. Corné stelt voor dat ik gewoon iets kies en daar een hotelletje bij ga zoeken. Ik klap m’n laptop open, verbind ‘m met m’n hotspot en doe grondig onderzoek. Ik heb tenslotte een paar uur de tijd. Een aantal charmante overnachtingsplekken vallen af omdat je daar niet heel laat kunt inchecken. We nemen het zekere voor het onzekere en komen uit bij een Formule 1 hotel bij Metz. Er is een kamer voor 43 euro met gedeeld sanitair, maar dan zie ik opeens dat er nog een optie is en we smijten er 2 hele euro’s extra tegenaan zodat we toilet en douche op onze kamer hebben. Ik boek ‘m met m’n creditcard, heeft die ook eens iets te doen. Bij zo’n F1 hotel kun je tenminste altijd inchecken via een apparaat als de receptie gesloten is. De diesel is in België en Luxemburg trouwens niet extreem veel goedkoper. Alhoewel, in Nederland zagen we langs de snelweg 2,73 en hier betalen we 2,09. We hebben ‘m dus maar volgegooid en kunnen weer 1000 km. Intussen zijn we in België langs de pijlers van de start van elke vakantie richting het zuiden gereden: Eerst langs het 'Witte Kinderbosje', vervolgens komt de afslag 'Leonard' en daarna hebben we 'Jezuseik'. Vooral dat witte kinderbosje vinden we altijd griezelig klinken. En ik snap ook niet zo goed waarom een paar bomen en struiken tussen 2 snelwegen een naam moet hebben. 

Tegen 23 uur zijn we bij het hotel en komen voor een dicht hek te staan. We vijzelen ons roestige Frans op en begrijpen dat we bij het incheck-apparaat een code voor het hek kunnen krijgen zodat we kunnen parkeren. Corné heeft het koud en blijft in de auto terwijl ik m’n ski-jack van de achterbank vis en naar het apparaat loop. Ik vertaal het opgeplakte briefje met google lens en probeer m’n creditcard in de gleuf te doen. Dat lukt, maar er gebeurt niets. Ik herhaal de handeling maar niks. Ik heb een reserveringsnummer bestaande uit letters maar het toetsenbordje heeft alleen cijfers. Ik ga googlen. Intussen komt Corné to-the-rescue en hij drukt zijn vinger direct op een scherm waarvan ik dacht dat dat een statisch beeld was. Hopla, we kunnen direct onze voorkeustaal kiezen, het reserveringsnummer intypen en dan mag mijn creditcard eindelijk zijn werk doen. Vervolgens rolt er een ticket uit met daarop de 6-cijferige code waarmee we zowel het hek, als de voordeur als onze kamerdeur kunnen openen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik vis een ‘hoteltasje’ van de achterbank met e-readers, pyjama, tandenborstels en Corné’s schildkliermedicatie en we lopen naar onze kamer. Als we de deur opendoen slaat ons een warmte tegemoet die doet denken aan de eeuwig blazende föhn in Las Vegas. Er staat een kacheltje te loeien op 30 graden. Heel bijzonder. We hebben al vaker overnacht in dit soort kamers en het is super klein maar je hebt alles wat je nodig hebt. Buiten is het 3 graden en met het raam wagenwijd open koelt het binnen een half uur af van tropisch naar zomers.

Jaaaa, het hek gaat openF1 hotelbeetje heet hierF1 kamer met leuk behangprima kamer

Dinsdag 24 maart

Na een wat onrustige, warme nacht rijden we eerst even langs de Lidl om de hoek voor een kaasje en een worstje (en ik scoor meteen zwarte citroenthee die in Nederland nergens verkrijgbaar is) om iets verderop bij een Boulangerie een vers stokbrood te scoren. Dan hups de snelweg op richting de bergen in het zuiden. Volgens het navigatiesysteem is het nog ruim 8 uur rijden. Het verbaast mij want ik dacht een paar uur minder gezien te hebben. We beseffen dat het best lang duurt voor we bij de péage zijn en ineens valt het kwartje bij Corné: hij heeft tolwegen vermijden aanstaan…Ik kijk snel op mijn mobiel wat de route zou zijn en 900 meter verderop slaan we af. We sukkelen een poosje achter een rijtje met een wagen vol hooi en een vrachtwagen maar dan zijn we bij de tolweg en kan het moeiteloze kilometervreten beginnen. We trekken een nostalgisch kaartje want oh, dat is alweer jaaaaren geleden en herinneren elkaar eraan waar we ‘m neerleggen want je wilt niet de tolweg afgaan en de hele auto overhoop moeten halen op zoek naar dat kaartje.

kalm aan, we komen wel bij de tolweg

We praten over wat God van ons verwacht, dat de bedoeling is om nú al het koninkrijk van God op aarde te proberen te maken. En dus met elkaar te zorgen voor de armen en eenzamen, de mensen die hulp nodig hebben. Omzien naar elkaar. We praten over het schuldgevoel wat we soms hebben en waarom we vanmorgen de mevrouw die buiten de boulangerie zat te bedelen niet geprobeerd hebben een petit déjeuner te geven. Gelukkig heeft iemand anders dat wel gedaan dus toen we wegreden zat ze lekker te smikkelen. We praten over de discrepantie tussen wat we graag willen en waar we ons ongemakkelijk bij voelen en dan zien we opeens langs de weg het bord Langres en we moeten denken aan onze grote vriend Zac die vorig jaar zomer onze RV gerepareerd heeft. Ik heb zo’n positief gevoel bij deze vriendelijke Marokkaan dat we bijna een omweg zouden maken om hem gedag te zeggen. Maar ja, dat is eigenlijk ook een beetje gek en we hebben ook wel zin om gewoon kilometers te vreten.

Terwijl ik m’n verhaal schrijf luistert Corné een podcast van ‘Dit is de bijbel’. Hij gaat een paar x op pauze. Ik vang een flard op en snap het niet, of Corné wil een inzicht delen. Het gaat bijvoorbeeld over Johannes de Doper die gevangen zit omdat-ie iets onhandigs tegen koning Herodes gezegd heeft. En hij gaat twijfelen of zijn neef Jezus wel degene is die na hem zou komen. Dus hij laat de discipelen dit aan Jezus vragen en Hij antwoordt met woorden uit het Oude Testament (wat ze dus allemaal uit hun hoofd kenden) dat Hij blinden zal laten zien, doven zal laten horen en lammen zal laten lopen (wat dus ook gebeurde, dus dat bewijst dat Hij het is) Maar dat Hij de laatste zin weglaat: ‘Gevangenen zullen bevrijd worden’. En ze hebben dat allemaal door omdat ze die bijbelboeken uit hun hoofd kenden. Maar eigenlijk zegt Jezus dus: Ja ik ben het, maar jij wordt niet bevrijd nu. Vet pijnlijk voor allemaal!

Het evangelie gaat ten diepste over de vraag: vertrouw je deze God? Dus we praten door over hoe wij daar tegenaan kijken. Vertrouwen we God? Er is nogal wat wat verwarring geeft. Als we bidden voor genezing of andere echt belangrijke dingen in onze ogen gebeurt dat de ene keer wel, de andere keer niet. Het is niet binair, of eerlijk in onze ogen. Wat leuk is om te ontdekken is dat Corné dan steeds meer wil weten en zich wil verdiepen en studeren om dichter bij God te komen en ik juist minder. Want ik wil vasthouden aan: Ik hou van Jezus, van God en ik besluit dat ik op Hem vertrouw en het vaak niet snap, en als het anders loopt heeft Hij vast een beter plan. Maar gewoon zo interessant om te ontdekken hoe verschillend we ermee omgaan.

Met een kleedje op schoot snijd ik stokbrood en beleg het. Ik voel me net m’n moeder tijdens de vakanties uit m’n kindertijd. Ook ik heb altijd een theedoek en een mes mee. Kun je de kruimels mooi in opvouwen en later buiten uitwapperen. Corné smikkelt van een verse baquette met camembert terwijl ik geniet van een plak ‘osawabrood’. Zo heet tenminste het originele recept. Ik heb het recept inmiddels getweakt naar een versie die nog meer voedend en gevarieerd is en het is ideaal wintersportvoedsel omdat het zo lekker vult. Voor mijn stofwisselingstype dan want voor Corné zijn al die granen, rozijnen en gojibessen teveel koolhydraten.

ontbijtOsawabrood

De anderhalve literfles water die we mee hebben staat aan m’n voeten. Ik geniet in kleermakerszit nog van warm water uit m’n thermoskan en dan horen we ineens klok-klok-klok geluiden. Het duurt net te lang voor ik besef dat de fles is omgevallen en de dop is losgeschoten. Een flinke plas water zakt langzaam het matje in. Mental note to myself: mijn in sokken gehulde voeten niet op de grond zetten vandaag maar op m’n schoenen.

Foto’s

2 Reacties

  1. Hanneke:
    24 maart 2026
    De leuke maaltijden, gespreksonderwerpen over God, dingen die mis gaan maar dan toch ook niet; ik vind het helemaal leuk om mee te lezen! Groetjes!
  2. Mariëtte Mets:
    24 maart 2026
    Klinkt als een HEERlijke lange rit

Jouw reactie